Lammyskrabbels.nl

Columns

Gaandeweg

 

Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hierboven is of van iets beneden op de aarde… staat er in de tien geboden. En daarom vernielden woedende calvinisten halverwege de zestiende eeuw de heiligenbeelden in kerken en kathedralen, volgens de meester op de christelijke lagere school.

 

Een standbeeld is een beeld (op een voetstuk), ter ere van iemand opgericht, aldus Van Dale.

En daarom sneuvelen er beelden van historische figuren, die hun land weliswaar overwinningen en rijkdom brachten, maar daarbij de mensenrechten met voeten traden, zo vertelt het journaal.

 

Wat is er gaande? Moet alles nu weg?

 

De beeldenstorm in 1566 kwam niet uit de lucht vallen, enkel omdat andersdenkenden ineens het licht van het tweede gebod zagen. Er gingen meerdere pestepidemieën aan het oproer vooraf. Er heerste voedselgebrek door een graanoorlog en mislukte oogsten. Honger vergrootte de kloof tussen rijk en arm, tussen adel en burgerij en tussen het Roomse gezag en de calvinistische ketterij. Gaandeweg moesten ook boeken, altaren, schilderijen en zelfs orgels het ontgelden.

 

De beeldenstorm in 2020, na de moord op George Floyd, sluimert al langer in de hoofden en harten van mensen, die het beu zijn om als tweederangsburger te worden behandeld. Er heerst een wereldomvattende pandemie. Handelsoorlogen vergroten de kloof tussen arm en rijk, tussen links en rechts en tussen zwarte en witte bevolkingsgroepen. En gaandeweg ontkomen ook namen van straten, tunnels en scholen niet aan de hedendaagse inquisitie.

 

Het mag duidelijk zijn: Waar mensen genegeerd, geprofileerd, weggezet en niet gezien worden, waar tegenstellingen verharden en waar het bestaan bedreigd wordt door een onzichtbare vijand, slaat de vlam in de pan. Aan beide zijden van een steeds breder wordende kloof sneuvelen de heilige huisjes het eerst.

We hebben bruggen nodig en uitgestoken handen. Ofwel nabijheid.

En dat in een tijd waarin afstand het grootste gebod is.

 

En waar sta ik bij dit alles?

Ik, die niet weet hoe het is om anders te zijn. Die zich jarenlang schminkte uit liefde voor dat oer-Hollandse kinderfeest, ter ere van een bisschop aan wiens intentie ik nooit heb getwijfeld.

Ik heb gemakkelijk praten.

Ik sta op de Roode Steen en vertel onze held op sokken, pardon sokkel, dat er in de tuin van het Westfries museum nog wel een plekje voor hem beschikbaar is. Als tegenprestatie beloof ik de bruine schmink weg te gooien.

Gaandeweg kom ik tot inzicht.