Lammyskrabbels.nl

Columnkrabbels

Mistflarden

Mistflarden

Ineens is hij er: De oorlog  in ons continent. Als ik iets niet goed kan bevatten, wordt het mistig in mijn hoofd. Dat doet me denken aan die aanslag op de Belgische luchthaven, een jaar of wat geleden. De column die ik toen schreef, heb ik opgeduikeld.

En de beelden waarover ik schrijf vermengen zich met de beelden uit het nieuws van nu. 

 

Goede vrijdag. Koos kijkt naar een programma op  een Belgische tv-zender. Er zijn mensen van het eerste uur aan het woord, zoals medewerkers van de luchthaven, die aan het werk waren toen de aanslagen plaatsvonden. Ik kijk met een halve blik mee, terwijl ik ter afleiding en ontspanning een sudoku in de krant probeer op te lossen.

Een taxichauffeur staat op een standplaats, hoort de knallen, ziet de ruiten springen, het vuur ontbranden en de rook naar buiten kringelen. Hij springt uit zijn auto en gaat de vertrekhal binnen, om zijn zoon te zoeken, die daar in een horecagelegenheid werkt. Zijn mobiele telefoon filmt terwijl het verlichte scherm wat licht brengt in de duisternis. Het geluid staat ook aan.

Hoewel ik hier veilig op de bank zit met de puzzel en een pen, is het ook een beetje alsof we daar zelf lopen, in het kielzog van die taxichauffeur, op zoek naar zijn zoon. 

 

We werden vooraf gewaarschuwd: de beelden kunnen schokkend zijn.

We blijven kijken. We kunnen niet anders. Een klein meisje, een peuter, staat midden in de chaos zachtjes te jammeren. Haar handjes verfrommelen de stof van haar kleren. Ze kijkt even op naar dat beetje licht in de handen van de taxichauffeur. Naast haar, op de grond, tussen de stukken plafond en het neerdwarrelende stof, ligt het dode lichaam van de moeder. 

De adem stokt in mijn keel. Het meisje brandt op mijn netvlies. 

 

Diezelfde avond rijd ik in de mist terug naar huis. Met het koor waar ik deel van uitmaakt heb ik enkele van de zeven kruiswoorden gezongen in een goede-vrijdag-viering. Ooit op muziek gezet door de componist Haydn. Prachtige klanken. Mooi gezongen, al zeg ik het zelf. Ik kan met een goed gevoel naar huis gaan, maar steeds is daar dat meisje, naast haar beschadigde moeder, die niet meer opstaat, haar niet oppakt, knuffelt, troost ...

Ik spreek mezelf toe. Die taxichauffeur zal niet zonder meer doorgelopen zijn. Natuurlijk heeft hij om zich heen gekeken en een  hulpverlener aangeklampt die zich over het peutertje heeft ontfermd. Of hij heeft zelf het meisje naar  een hulppost gebracht. Inmiddels zorgt haar familie voor haar, mag ik hopen, maar toch ... Ze is keihard geconfronteerd met het kwaad op een afschuwelijk wrede manier. Het zal hoe dan ook de rest van haar leven ernstig beïnvloeden. 

 

Tussen de afslagen vlak voor Hoorn verandert de mist in flarden. Ik zet de autoradio aan. De Mattheus vult de ruimte. Erbarme dich. Troostrijke woorden, warme klanken.

Ineens bedenk ik dat het beeld van dat kleine meisje in de verwoeste vertrekhal niet op zichzelf staat. Het is min of meer dagelijkse kost. In Syrië, Irak, Pakistan, Afghanistan, Jemen en Turkije. Ook daar staan huilende kinderen bij het kapotte lichaam van hun moeder, vader, zus, broertje.  En het lukt maar niet aan al dat leed een eind te maken. Wat een wereld.

 

Maar toch, er gebeuren ook mooi dingen, zelfs daar, waar gevochten en geleden wordt, al bereikt dat niet of nauwelijks de media.

Nee, dit zeg ik niet om mezelf te sussen, maar wel om mezelf weer een de negatieve spiraal van mijn gedachten te halen.

Het beetje dat ik kan doen, mag ik niet nalaten: Het Rode Kruis en Save the children steunen, om maar iets te noemen. En altijd blijven werken aan vrede, ook in mijn directe omgeving. 

Stilstaan bij het leed dat mensen elkaar aandoen is één ding, vervolgens in beweging komen om het goede te doen, is dan het enige dat mij nog rest. 

Te weinig. Ik weet het. En dat spijt me oprecht. 

 

Misschien kan ik dan nu iets meer doen. We hebben plek voor drie logés. 

 

 

e-MAN-cipatie

e-MAN-cipatie

Nog altijd is er sprake van ongelijkwaardigheid tussen vrouwen en mannen.

Te weinig vrouwen in topfuncties. Ongelijke salariëring bij gelijkwaardige functies en seksisme in reclames en media, om maar wat te noemen.

Natuurlijk gun ik ons, vrouwen, een gelijkgesteldheid aan de mannen. Natuurlijk protesteer ik wanneer grensoverschrijdend haantjesgedrag door de heren, oogluikend wordt toegestaan, terwijl de dames te horen krijgen dat zij een en ander wel uitgelokt zullen hebben. Natuurlijk vind ik ook dat politieke partijen vrouwen het lidmaatschap niet mogen ontzeggen en natuurlijk moet dit aan de man gebracht worden. Maar hoe doe ik dat?  

 

Vroeger had je de VOS-cursus: Vrouwen Oriënteren zich op de Samenleving.

Halverwege de zeventiger jaren sleept een buurvrouw me mee naar zo’n cursus. Ik word me bewust van de vanzelfsprekendheden en valkuilen op het gebied van vrouw-zijn en ik herken de ingesleten patronen in mijn eigen familie en in mindere mate in mijn eigen situatie. Na een week of vier vertelt een deelneemster dat ze grote problemen heeft thuis, met haar man door haar bewustwording omtrent hun relatie. Zodra ze over haar man begint wordt ze afgekapt. Het moet over haarzelf gaan. Niet veel later hoor ik van twee andere cursisten dat ook zij relatieproblemen hebben, mede door de ontstane inzichten. Een van hen stopt met de cursus om haar huwelijk te redden.

Ik vraag me af hoe dat zit met de verantwoording en waarom er niets is geregeld voor vrouwen én mannen die door de cursus in de problemen komen. Moet die bewustwording ook niet plaats vinden bij de mannen, op een gelijkwaardige manier?

Op dat soort vragen hebben de dames niet gerekend, merk ik. Met een dooddoener - ‘een vos-cursist moet soms door een zure appel bijten’- wordt mij en enkele medestanders de mond gesnoerd. Omdat ik het best ernstig vind wat er gebeurt, besluit ik mijn mond niet open te doen tijdens de lessen, maar stap ik na afloop van een les naar de twee cursusleidsters. Als ik zeg dat ik het inhumaan vind op zo’n manier gelijkwaardigheid af te dwingen, reageren de dames beledigd.

Volgens hen neem ik het op voor de mannen, in plaats van voor de vrouwen. En volgens hen blijf ik achter in de emancipatiegolf, omdat ik de vrouwen niet los zie van hun omgeving. Ook mezelf niet. Juist mezelf niet. Kortom, ik ben een hopeloos geval en een VOS-cursus onwaardig.

Ik doe een laatste poging: waarom de mannen niet meenemen in het gelijkwaardigheidsproces? Al is het maar om de kinderen een hoop verdriet te besparen. Een kwestie van samen optrekken.

Ik stuit op een brok graniet. De emancipatie van vrouwen, met name zij die de pech hebben hun leven te moeten delen met een man, is een hoog en heilig goed. En ja, dat vraagt offers. Ook van de kinderen. Die leren dan gelijk hoe het niet moet.

Doorgaans spring ik niet snel uit mijn vel. Meestal laat ik woede bezinken en bedenk vervolgens wat ik er mee aan moet. Maar dit keer ontplof ik, noem het een schande dat deze sektarische organisatie als een sluwe vos overheidssubsidie opstrijkt en intussen de samenleving op kosten jaagt, door mensen te indoctrineren en vervolgens aan hun lot over te laten.

Dat wordt me niet in dank afgenomen. Ik hoef niet terug te komen. De Vos is aan mij niet besteed. Ik

zou de anderen maar opstoken, volgens de één. Ik ben halsstarrig, meent de ander. Mensen als ik zorgen juist voor wanorde in plaats van gelijkheid tussen man en vrouw.

Mijn wenkbrauwen gaan omhoog. Vrouw én man, zul je bedoelen.

 

Ze zijn er niet meer, die VOS-cursussen. Roemloos ten onder gegaan, terwijl er nog altijd sprake is van ongelijkwaardigheid tussen de seksen. Wij moeten het zonder gesubsidieerde hulp doen.

En dat doen we dan ook. Stokend, halsstarrig en wanordelijk, maar toch…

Ooit een normaal mens ontmoet?

Ik moest aan die spiegelende affiche denken van Pandora, de stichting die  in de zeventiger jaren het beeld over de psychiatrie positief wilde beïnvloeden. De poster hing op de deur van de wc toen ik op kamers woonde. Keek ik ernaar, dan zag ik mezelf, licht verkreukeld omringd met een kronkel van Simon Carmiggelt. Ooit een normaal mens ontmoet?

En…, beviel het?

 

Misschien zei ik daarom te snel ja, toen ik benaderd werd voor deze column.

Achteraf kreeg ik mijn bedenkingen, toen ik besefte hoe abnormaal het begrip normaal eigenlijk is.

Ten eerste gaat het in de media nergens anders meer over dan oud en nieuw normaal en is daarmee het gras al voor mijn voeten weggemaaid. Ten tweede vraag ik me af hoe normaal het woord zelf is. Ik bedoel, het is niet eens een zelfstandig naamwoord. Waar hebben we het eigenlijk over?

 

Het is al zaterdag. Ik haast me door de supermarkt. Immers, er staat nog geen letter op papier.

Terwijl ik met mijn mandje boodschappen richting snelkassa loop, bliept mijn telefoon. Of ik shampoo mee wil nemen, appt manlief. Ja, zo schiet het niet op.

Terwijl ik de shampoo in het mandje leg, dringt het tot me door waarom ze bij de engel van Hoorn dit onderwerp hebben gekozen. Normaal gaat er immers uit? Het kan nu nog, zullen de engelmensen gedacht hebben. Andrelon begon er al mee: de shampoo voor normaal haar gaat uit het assortiment.

 

Thuis kruip ik onmiddellijk achter mijn pc. Eerst maar eens  op normaal googelen.

Normaal is volgens de regels, lees ik op de site van Van Dale. Ofwel: Normaal is gewoon.

Vervolgens stuit ik op een artikel uit 2013 waarin ene Robert Bridgeman vaststelt dat iets pas normaal wordt gevonden als er genoeg mensen zijn die dat iets doen, of juist niet doen.

Met andere woorden: In de file staan is normaal, want iedereen doet het.

Maar een boek lezen in de trein? Dat is toch niet normaal meer? Wie doet dat nog?

 

Nou, ik wel.

Maar ik ben dan ook geen normaal mens. Ik heb van die rare gewoontes, die ze ook wel tics noemen. Nu willen jullie natuurlijk weten welke dat zijn, maar het voert te ver om hier een opsomming te doen.

Vooruit, eentje wil ik wel met jullie delen. Zo’n tic die me dwars zit bij het schrijven van een column als deze, waarbij ik de neiging om tot een mooi afgerond aantal woorden te komen niet kan weerstaan. Vijfhonderdzevenenzestig mag niet van mezelf. Liever vijfhonderdvijftig of zeshonderd.

Dat vind ik mooier. Vraag me niet waarom.

En dan maar schaven en schrappen tot  het aantal woorden juist voelt.

Zeg nou zelf. Dat is toch niet normaal? Dat is gewoon raar.

 

Of moet ik het zien zoals juf Ank uit “De Luizenmoeder” het  zegt: Dat vinden wij niet raar, dat vinden wij bijzonder.

Ik zei toch al dat normaal niet bestaat. Normaal heeft niets van zichzelf, je kunt er geen de, het of een voorzetten, laat staan onderverdelen in iets ouds en iets nieuws.

Het normale bestaat slechts bij de gratie van het bijzondere.

Om Vincent van Gogh te citeren:

Normaliteit is een geplaveide weg. Aangenaam om op te lopen. Maar er groeien geen bloemen.

 

Spreek de kronkel van Simon Carmiggelt maar eens hardop uit, terwijl je in de spiegel kijkt,

Ooit een normaal mens ontmoet?

 

En…bevalt het? 

Ooit een normaal mens ontmoet?

Waar is het feestje?

Waar is het feestje?

Onlangs zat ik op een muurtje bij de ingang van het ziekenhuis te wachten op Koos, mijn man. Hoewel het de Stille Week was, leek Pasen verder weg dan ooit.

Iets verderop trok een groepje, een familie zo te zien, mijn aandacht. Niet door luidruchtigheid, maar juist door hun zwijgen. Een sfeer van triestheid hing om hen heen. Ze staarden voor zich uit, keken naar de lucht, naar de draaideuren van het ziekenhuis of tuurden op een telefoonscherm.

Misschien hadden ze verdrietig nieuws te verwerken. Of ze wachtten gespannen op een uitslag.

Of (en dan gaat mijn schrijfinstinct met me aan de loop) de strenge coronamaatregelen staan gezamenlijk afscheid nemen van hun dierbare in de weg.

Of ze zijn van plan hem/haar, tegen alle adviezen in, gewoon mee naar huis te nemen.

Wie heeft eigenlijk de meeste zeggenschap over de patiënt?

Een gevoel van schaamte bekroop mij.

Ik boog me over mijn telefoon-scherm om mijn nieuwsgierigheid te verbloemen. Toch zag ik vanuit mijn ooghoeken een klein meisje recht op het groepje afkomen. Ze hield een rode ballon vast.

Hier is het feestje stond erop.  Oeps, veel te vrolijk voor het treurende gezelschap. Als dat maar goed gaat.  

De familie kwam in beweging. Een man tilde het meisje op zijn schouders. Lachend strekte een vrouw haar handen naar haar uit. Iemand riep iets, een ander reageerde. Ik geloof dat ik ook Poolse woorden hoorde.

Voorbijgangers keken toe, een auto claxonneerde, het meisje gaf de ballon aan de vrouw.

Het was alsof er een wind opstak.

 

Terwijl Koos en ik wegreden (de claxon was voor mij bedoeld) zag ik hen naar de ingang lopen.

De ballon als een mascotte voorop.   

Pasen was nog steeds ver weg. Maar Pinksteren was dichterbij dan ooit.

Hier is het feestje. 

Schrikkeldag 2020

Op zaterdagmiddag 29 februari 2020 presenteerde ik Vergiskind, mijn debuutroman in de salon van de centrale bibliotheek in Hoorn. Ruim zeventig gasten, familie, vrienden, collega-schrijvers en andere bekenden, waren daarbij aanwezig. 

Kinderboekenschrijver en dichter André Nuijens was onze gastspreker. 

 

Wat we die dag nog niet wisten - er waren alleen wat geruchten uit landen ver van ons bed - is dat een nieuw, onbekend virus zich een weg zocht over zo ongeveer de hele wereld. Twaalf dagen later werden de eerste maatregelen bekend gemaakt. Maatregelen die leidden naar de "intelligente lockdown."  

Voor velen hield dat een drastische wijziging in wat wonen en werken betreft. Voor mij als kersverse auteur viel dat nogal mee.

Weliswaar werden alle signeersessies en uitnodigingen voor interviews en lezersbijeenkomsten geannuleerd, wat het schrijven zelf betreft, bleef alles bij het oude.

Dacht ik.

Dan maar wat eerder beginnen aan het volgende manuscript, dacht ik. En deed ik. 

Tot ik het mij na zeven hoofdstukken begon te dagen: dit leidde niet naar het verhaal dat ik in gedachten had. Tijdens het schrijven bekroop me steeds vaker het gevoel dat ik met iets bezig was, dat je "water naar de zee dragen" zou kunnen noemen. 

 

Ik stopte met dat proces. Schreef een paar verhalen en herschreef een paar oudere verhalen. Schreef columns en deed nieuwe en uitgebreidere research voor het manuscript. Ik breidde mijn leestijd uit en las boeken in uiteenlopende stijlen. 

De vakantie over de grens werd overgeboekt naar 2021. Daarvoor in de plaats volgde een wandelavontuur in Drenthe. 

En daarna was ik klaar voor een hernieuwde start van het verhaal dat ik in mijn hoofd heb.

Met tien hoofdstukken is de kop er inmiddels af. Het verhaal verkeerd nog in de eerste fase, maar het voelt wel als een goed begin. 

 

En Vergiskind?

Er volgden enkele verrassende recensies. Het boek is te leen in de bibliotheken, te horen als Luisterboek en te lezen als E-book.

Met dank aan mijn uitgever Godijn Publishing. 

 

 

 

Schrikkeldag 2020

Vergiskind

Vergiskind

   in Fictie door 


De bizarre vondst van een baby in een drukbezocht park staat centraal in Vergiskind. Vergiskind is weliswaar een roman, het verhaal is echter gebaseerd op waargebeurde feiten. Het park, waar de baby wordt gevonden, wordt normaliter bevolkt door allerlei mensen. Een aantal van deze parkbezoekers passeert de revue in dit debuut van Lammy Vriesinga.

Vergiskind is het romandebuut van Lammy Vriesinga en daar mag de bewondering beginnen. Het is niet al teveel auteurs gegeven direct met een debuut zo’n indruk te maken. Haar schrijfkilometers maakte ze weliswaar met haar korte verhalen die werden gepubliceerd in diverse verhalenbundels, maar het schrijven van een roman is toch van een andere orde.

“In zijn glas roerend volgt Carlos haar bewegingen. Marijes woorden landen overal en nergens. Als grindsteentjes op het tuinpad.”

Met de mysterieuze vondst van de baby als centraal thema wordt de lezer geconfronteerd met diverse personages. Mensen die het park met regelmaat bezoeken. De lezer leert hen gaandeweg kennen en leeft met hen mee. Het veroorzaakt bovendien een veelvoud aan verhaallijnen. Dat klinkt wellicht verwarrend, maar is het niet. Sterker nog, al deze ‘ingrediënten’ maken Vergiskind tot een zeer boeiend geheel.

“Bang voor zijn wispelturige moeder, die hem kon opeisen al naar gelang het haar uitkwam. Bang voor de ravage die haar opeenvolgende partners achterlieten. Bang voor wat hem kon overkomen. Hij schudt de herinnering van zich af. Zijn aandacht wordt naar buiten getrokken.”

Het mag duidelijk zijn dat een verhaal met verschillende verhaallijnen en personages, enige concentratie behoeft, maar het is die moeite meer dan waard. Vriensinga ziet, geholpen daar een zeer fijne, beeldende schrijfstijl, uiteindelijk lijnen en personages op intelligente wijze bijeen te brengen. Haar personages weet zij overigens prima te karakteriseren, goed gedoseerd en conform hun rol in het geheel.

Kortom, Vergiskind is een knap debuut en het is te hopen dat er nog veel boeken van deze auteur verschijnen.

 

Over de auteur

Lammy Vriesinga woont met haar man in Wognum. Tot voor kort werkte ze als trainer bij de GGZ. Daarnaast is ze op vrijwillige basis werkzaam bij stichting De Engel van Hoorn, zingt ze in koren en zorgt ze regelmatig voor haar vijf kleinkinderen.

In het verleden won Vriesinga diverse prijzen met schrijfwedstrijden. Ze schrijft verhalen, columns, soms poëzie en heeft meegewerkt aan de verhalenbundels Het GebaarRivierstenen en Vijfentwintig obsessies. Nu haar werkzaamheden worden afgebouwd, wil Vriesinga haar schrijfactiviteiten uitbreiden.

Schrijven is in de loop der jaren uitgegroeid tot meer dan een uit de hand gelopen hobby.

Passie is een beter woord. Of zoals Vriesinga het zelf zegt: Spreken is zilver, Schrijven is goud.

 

Uitvoering Uitgeverij Godijn Publishing - ISBN: 9789493157323 - Paperback, 368 pagina’s

 

Over Hanneke Tinor-Centi

Hanneke Tinor-Centi (1960), eigenaar van HT-C Communicatie en Marketing, literair agent, boekmarketeer en recensent.            http://ht-c-communicatie.nl/

 

Ook te koop als: 

E-book - https://www.kobo.com/nl/nl/ebook/vergiskind-1

Luisterboej  - https://www.storytel.com/nl/books/1839842-vergiskind  

En te leen in de Bibliotheek. 

 

Meer: 

https://www.godijnpublishing.nl/galerij-en-webshop/romans/vergiskind/  

  

https://conniesboekkies.wordpress.com/2020/05/04/vergiskind-lammy-vriesinga/?fbclid=IwAR3Oaj

 

file:///C:/Users/test/Desktop/GP/Vergiskind%202020/EAN%209789493157323%20dd%2017-05-2020.pdf    

 

https://www.hebban.nl/recensie/vero13-over-vergiskind?fbclid=IwAR19xUNbjHQ617UQ9w2ketaqgXYSj15LhNBmP52kfNOKT1W

  

 

Krantenartikel 28 februari 2020

Als er op school een opstel gemaakt moet worden, kan ze haar geluk niet op. En krijgt Lammy Vriesinga een schriftje mee naar huis, met nog wat lege pagina’s, dan bedenkt ze onderweg al hoe ze die zal vullen met miniverhaaltjes. Op haar verjaardag pakt ze het liefst schriften uit en het eerste leesboekje op de lagere school, vormt de aanleiding tot een levenlang lidmaatschap van de openbare bibliotheek. Lezen en schrijven horen bij elkaar als Ot en Sien en als Suske en Wiske, aldus Lammy.

Later ga ik ook boeken schrijven, besluit Lammy. Aangezien iedereen zegt dat daar geen droog brood mee valt te verdienen en Lammy opgroeit met het motto dat een mens zich vooral nuttig moet maken en anderen tot zegen moet zijn, sneeuwt die ambitie onder in “andere leuke dingen”. Ze gaat stug doorgaan en wint verschillende prijzen met haar verhalen en soms ook gedichten. ‘Dat smaakt naar meer,’ volgens een juryvoorzitter. Voor Lammy een stimulans om haar droom een zetje te geven. Ze schrijft verhalen en columns, krijgt af en toe een opdracht en werkt tot enkele jaren geleden als trajectbegeleider en trainer binnen de ggz. Een wereld waarin de verhalen voor het oprapen liggen. En hoewel zij zichzelf vooral een verhalenverteller noemt, geeft ze in 2016 gehoor aan de vraag: waarom geen roman?

Vier jaar later presenteert Lammy op schrikkeldag in de centrale bibliotheek van Hoorn haar debuut: Vergiskind.
Intussen rijpt het idee voor het volgende manuscript. Lammy heeft de smaak te pakken. Want, zoals ze zelf zegt: ‘Spreken is zilver, Schrijven is goud.’

Verhalenbundel 25 Obsessies

Verhalenbundel 25 Obsessies

25 Obsessies: boeiende verzameling indrukwekkende verhalen.  8 jun, 2016 in Fictie door Hanneke Tinor-Centi

 

’25 Obsessies’ is een verhalenbundel van vijfentwintig verschillende auteurs. Zij geven, ieder op hun eigen wijze, een gezicht aan het beklemmende gevecht dat het hebben van een obsessie met zich meebrengt.

De hoofdpersonen worstelen met de gevolgen van een gedachte of overtuiging die tot een handelen leidt waaraan niet lijkt te ontkomen. Het is vechten of verzuipen. Het gevecht valt te winnen, zeer moeizaam en vaak niet zonder hulp van anderen.

 

Visie van de recensent

 Ruim een jaar lang was de verhalenbundel ’25 Obsessies’ in wording. Vijfentwintig auteurs leverden hun bijdrage en het is een indrukwekkend geheel geworden. De verhalen variëren van emotioneel tot gewelddadig en van beklemmend tot moorddadig.

 

“Jouw schuld. Die twee woorden blijven steken in je gedachten. Je hebt die woorden al vaak gehoord. Te vaak.”

 

Verhalen waar soms de noodzaak dat zij verteld zouden worden, vanaf spat! Wat een effect kan het hebben van een obsessie of obsessieve gedachte hebben! De meesten zullen er, net als ik, weinig besef van hebben hoever dat kan gaan.

 

“Hoewel ik inmiddels vrij en blij over mijn afkomst kan praten, blijft er diep in mij een gevoelig stukje Joods-zijn bestaan. Ik lees ‘Haar naam was Sarah en huil 335 pagina’s om mijn eigen pijn.”

 

Fictie en werkelijkheid wisselen elkaar af, maar de verhalen intrigeren stuk voor stuk. Omdat de verhalen zijn opgetekend door allemaal verschillende auteurs, is de diversiteit in context en stijl vanzelfsprekend ook enorm. Een aantrekkelijk en afwisselend geheel is het resultaat.

 

“Ze liet me zien dat haar moeder een stok achter de deur had staan die ze regelmatig gebruikte om Nurian mee te slaan. Ze vertelde mij ook dat haar moeder er niet voor terugdeinsde om een klap te geven met een hete strijkbout.”

 

Wat ik overigens opvallend vind is dat er zoveel meer vrouwelijk auteurs dan mannelijk aan deze bundel hebben meegewerkt. Schrijven vrouwen gemakkelijker korte verhalen, spreekt het thema hen meer aan? Waar zou het aan liggen?

 

’25 Obsessies’ is een boeiende verzameling indrukwekkende verhalen en ik raad deze bundel dan ook graag aan!

 

De auteurs: Alice Bakker, Violet Bakker, Hermijn Bloemhard, Mindel Blokhuizen, Mandy Bontius, Bibi Boom, Sharon Doggen, Julie van Drooge, Kim Elverding, Annemarie Gerbrandy, Elly Godijn, Inge Hulsker, Irza Karssen, Gerti de Koeijer, Daniëlle Logtenberg, Elke van der Lugt, Krista Middel, Tamara Rozengarden, Johan van de Velde, Sylvia Vermont, Lammy Vriesinga, Wil de Wit, Mariëlle van Woudenberg, Jolanda Zuydgeest,

Suicyco.

 

Uitgever Godijn Publishing

Paperback, 332 pagina’s

ISBN: 9789492115072

 

Verhalenbundel Het Gebaar

Verhalenbundel Het Gebaar

Met deze verhalenbundel willen Elly Godijn en Ellis Bel mensen bewust maken van wat het betekent als je doof bent en je dus geen informatie via je oren binnenkrijgt. Dat communicatie en begrip dan voornamelijk via ogen en handen verlopen. Mooie, bijzondere en diverse verhalen en reacties zijn het resultaat van dit bijzondere project. Samen met Pieter Siercks in de jury hebben zij vijfentwintig verhalen geselecteerd voor deze prachtige bundel.

Verhalenbundel Rivierstenen

Laat je meevoeren op de meanderende stroom verhalen en ontdek de geheimen, blootgelegd door rivierstenen.

 

Stenen

Je kunt ze verzamelen, ermee gooien

of er een mozaïek van maken.

Ze dansen in omlaag stromende beekjes,

liggen voor het oprapen,

kunnen de weg versperren

of je kunt er iets mee bouwen.

 

Elf schrijvers hebben het aangedurfd,

zij hebben een steen opgeraapt en

laten rollen tot er iets moois ontstond.

– een andere wending –

 

 Auteurs: Anita Siks, Debby Snel, Dick Pieterse, Elly Godijn, Esmeralda van Belle, Hans Ooms, Ina Hollander, Lammy Vriesinga, Lieve van den Berg, Petra Ross, Sylvia Kuin

 

2015                                                                                ISBN           978-94-92115-05-8

Verhalenbundel Rivierstenen
page loading