Mijn krabbels

Proloog

De man draait de badkraan open, legt een cd in de recorder en steekt de stekker in het contact. Voor hij in bad stapt, drukt hij een toets in. De omfloerste stem van Lennard Cohen vergezeld het geruis van stromend water. Suzanne takes you down to her place near the river …

De kat gaat er als een haas vandoor; verbergt zich in de gang, waar het dier gelaten op het slurpen van de afvoer wacht. Het teken dat hij veilig terug kan keren.

In het dampende water kromt en strekt de man zijn tenen, opent en sluit zijn handen, snuift de geur van eucalyptus op en brengt zijn gedachten tot stilstand.

And you want to travel with her. And you want to travel blind …

 

Weggedoken onder de gangkast staart de kat naar de roestrode kousenvoeten van een bezoeker die roerloos in de deuropening naar de man in het bad staat te kijken. Naar de kronkelige contouren van dat lijf onder het wateroppervlak en naar de voeten die ongegeneerd boven het water uitsteken.

De man heeft een kaal plekje op zijn achterhoofd.

And you know that you can trust her, for she's touched your perfect body with her mind.

 

Een hand strekt zich uit, strijkt langs de muur op het trage ritme van de muziek.

De vingers tasten, raken de console, de cd-speler, houden het snoer vast en duwen …

De badende man zwaait woest om zich heen, omklemt wanhopig de kraan en schreeuwt tegen de muren op. Niet opgewassen tegen de onverwacht brute kracht in het water, glijdt hij terug. Zijn hand verkrampt om de knop van de kraan.

 

De kat, snorharen naar achteren, kromt zijn rug, bij het geluid van hevig klotsend water.

Als het badwater tot bedaren komt, raapt de vreemdeling de sandalen op van de deurmat en maakt zich uit de voeten.

Met een zachte klik valt de deur in het slot.

De kat houdt zich muisstil en wacht.

 

Proloog

Mijn Generatie (Boekenweek 2026)

 

Wij, Boomers, geloofden dat alles mogelijk was.

We demonstreerden tegen oorlog, tegen kernwapens, tegen het pak van onze vader.

We sliepen in kraakpanden, noemden bezit een illusie

Liefde was vrij, haar was lang en de toekomst lag open als een zomerfestival.

Later kochten we huizen. We kregen kinderen, stemden verstandig en we spaarden.

We werden precies wat we ooit wantrouwden.

 

Maar wie herinnert zich onze dromen?

 

Soms blader ik door mijn fotoalbum.

Ik zie een meisje met een blik vol idealen. Ze lijkt niet op de vrouw die ik ben geworden.
Maar ze woont nog steeds in mijn huis. 

 

Mijn Generatie (Boekenweek 2026)

Koninklijk Snoepgoed

Mijn pake van moeders kant deelde ze uit alsof het gouden stuivers waren. Grootmoeder van vaderskant gaf er altijd eentje mee naar huis, behalve als ik verkouden was, dan  kreeg ik er twee.

Het Wilhelmina-pepermuntje.

Al jaren ook de favoriet van onze kleinkinderen. Weggaan, thuiskomen en onderweg zijn: het gekroonde snoepgoed hoort erbij als slagroom op de taart.

Een traditie van minstens zeventig jaar.

 

Sommige grootouders hebben een schommel in de tuin, anderen een abonnement op de dierentuin of Netflix en weer andere opa’s en oma’s hebben koektrommels vol oreo-koekjes,  knetterkauwgom èn fireballs in huis.

 

Wij hebben wilhelmientjes.

 

Koninklijk Snoepgoed

Joris

IK BEN JORIS EN AL NEGEN

‘k ben niet bang en niet verlegen,

maar de laatste tijd maak ik me wel ‘ns kwaad

op de mensen, ja die grote,

want die zeggen onverdroten

dat Sint Nicolaas ineens niet meer bestaat!

 

Ik dacht eerst nog: ’t is een grapje

en ze hou-en me voor ’t lapje,

maar toen zeiden ze: de kerstman is niet echt.

Toen ze over hem begonnen,

dacht ik: zeker ook verzonnen...

Jeeminee, wat zijn die grote mensen slecht!

 

En m’n moeder en m’n ome

en de meester, ja die slome

hebben gisteren alweer iets nieuws bedacht.

Want de paashaas had met Pasen,

zo vertelde ze, die dwazen,

nimmer eieren in mandjes rondgebracht!

 

Ach, de mensen worden grijzer,

maar daarmee toch echt niet wijzer.

Ik heb gisteren de kerstman nog gebeld.

‘k Kreeg een groet van Sinterklaas en

straks ontmoet ik alle hazen,

want dan worden al hun eieren geteld!

 

Zelfs de sprookjes zijn verbannen

door die vrouwen en die mannen.

Ze geloven ’t niet, dat is de narigheid.

Arme mensen, ook de ouwe.

Arme mannen, arme vrouwen.

Strakjes raken zij hun dromen ook nog kwijt.

 

 

Joris